Vrolijke glimlach en een knipoog

Voor mij is het die ene foto van ‘onze kleine’, op dat lichtgevoelige papier van zwart en wit. Vanaf dat stiltemoment, met zijn schitterende ogen. Zelfs vandaag nog zijn we samen overal op weg. Hij op mijn schouder, als een ware Christoffel.

 

Stiekem fluistert-ie in mijn oor: “Doe maar kalm aan, vadertje. Ik laat je naar álles kijken.” Het is steeds met zijn vrolijke glimlach. Terwijl hij in de duisternis verblijft, in de schemering van de dageraad. Voor mij is hij nu altijd die ene stralende kleine ster. Daar, in het diepste contrast van de oneindige tijd en ruimte. Daar, vertelt hij over ‘zonder begin en zonder eind’.

 

Ik knipoog terug en zeg: “Ja, slimmerik, waar de duisternis uit het oog spreekt en waar het licht in zien zwijgt. Daar zijn de tienduizend dingen één.”

 

‘Onze kleine’ is Bas. Zoon van Cor IJzendoorn, schrijver van het stuk, en zijn vrouw Astrid. Bas overleed toen hij slechts vijf maanden oud was. Zonder aanwijsbare reden.

 

Veelzeggende woorden

De tekst is veelzeggend voor de manier waarop Cor omgaat met het verlies van zijn zoon. Sinds het overlijden van Bas klimt hij vaak in de pen om het grote verdriet van zich af te schrijven. En de termen ‘vrolijke glimlach’ en ‘knipoog’ verraden zijn optimisme. “Dat is toch de sleutel om de draad weer op te kunnen pakken”, zegt Cor. Nu, vele jaren later, vertelt hij hoe hem dat is gelukt.

 

‘Hier moet iets achter zitten’

Terug naar 12 september 1986. Cor is zoals gewoonlijk aan het werk en ook zijn vrouw heeft haar baan bij de huisartsenpraktijk weer opgepakt. En hun oudste zoon Bas? Die is bij de dagopvang. Een dag zoals zovelen. Zo lijkt… “Totdat ik van mijn vrouw ongeveer een halfuur nadat ze hem had opgehaald een telefoontje kreeg”, zegt Cor. “Met het vreselijke bericht dat Bas is overleden. Toen ik Astrid en onze zoon tien minuten later in het ziekenhuis zag, was ik twintig seconden helemaal weg. Ik stond leeg op de wereld. Maar eenmaal terug op aarde had ik meteen zoiets van ‘hier moet iets achter zitten’. Dit moet toch érgens goed voor zijn…”

 

 

                “Bij elkaar vonden we de rust die we zochten”

 

 

Samenspel

Wat het verschrikkelijke verlies Cor in hemelsnaam zou kunnen brengen? Dat zag hij dan op dat moment ook niet. Het was in eerste instantie vooral overleven. “Gelukkig hielden Astrid en ik elkaar op de been”, zegt Cor. “Ook al gingen we er heel anders mee om. Zij is een realist: nuchter en ook wat harder. Ik ben meer een romanticus. En in die tijd was zij wat kalmer, terwijl ik juist weer ‘gewoon’ de deur uit wilde. Hup, aan het werk. Zo ging Astrid linksom en ik rechtsom, maar we kwamen wel elke keer weer op hetzelfde pad uit. Want bij elkaar vonden we de rust die we zochten. Zo hadden we een mooi samenspel – en dat hebben we nog.”

 

Sophie en Anne

Beetje bij beetje krabbelde het echtpaar uit het dal. Cor wat sneller dan Astrid, maar ze kwamen er allebei. De geboorte van hun dochters Sophie en Anne hielpen daarbij. Cor: “Natuurlijk zijn we altijd Bas zijn ouders gebleven, maar nu waren we weer ‘vader en moeder’. Als vanouds. De meiden zorgden voor ritme en een reden om op te staan, én ze brachten weer vrolijkheid in huis. In het begin leverde het uiteraard ook spanning op, want een kind verliezen… dat mocht ons nooit weer gebeuren. Sophie en Anne sliepen dan ook allebei met een monitor. Maar, het leven had een positieve draai gekregen.”

 

 

“Bas keek het leven lachend aan en ik dacht op een moment:

díe eigenschap nam ik mee”

 

 

‘Morgen schijnt de zon weer’

Inmiddels was Cor er ook achter wat er nou achter Bas z’n overlijden zou moeten zitten. Tenminste, voor zichzelf. “Het linkt misschien gek, maar ik heb er wat moois uitgehaald”, zegt hij. “Hoe klein Bas ook was: hij had veel lol. Ik herinner me nog een autoritje, waarbij hij naast me in de stoel zat. Hij zag fietsers, bomen, vrachtwagens…. En alles toverde een glimlach op z’n gezicht. Bas keek het leven lachend aan en ik dacht op een moment: díe eigenschap nam ik mee. Sindsdien zoek ik het plezier op, probeer ik anderen daarin mee te nemen en neem ik altijd afscheid van mensen met een glimlach. Gaat het even minder? Dan weet ik: morgen schijnt de zon weer. Ik ben een positiever mens geworden, dankzij Bas.”

 

Kracht

Zijn ongekende optimisme heeft Cor enorm geholpen. Maar hij weet ook dat dit niet voor iedereen is weggelegd. Zo bleek wel uit de verschillende manieren van rouwen die hij en zijn vrouw hadden. Toch hoopt-ie dat anderen die hun kind verliezen, op de ene of andere manier, ook kracht putten uit ‘zo’n ongekende opdonder’. “Gun jezelf de tijd, maar probeer er een positief signaal uit te halen. En geef die energie door aan anderen. Het helpt me 37 jaar later nog steeds.”

Meer verhalen

Stichting Wiegedood gebruikt cookies voor het analyseren van bezoekersgedrag.